HET VOORDEEL VAN JOGGEN; door Wim Heins (12-04-2011)
Een tweedehands zonnetje blikte schamper in het westen langs een wolk tijdens het verzamelen bij de villa van een wiskundeleraar die onze hardlooptijden berekent.Toen tenslotte Theo van de Natuurwetpartij en Sjaak van de Natuursupermarkt kwamen aanklossen vertrok het peloton welgemoed over het fietspad langs de Oostervaart. De noorderwind was aangenaam koel en een residu motregen verfriste de sjaal tegen mijn nek.
Omdat mijn conditie nu tweemaal zo goed is als op mijn 25e gelooft niemand dat ik al 50 ben. Alle reden om op maandag en woensdag mee te lopen met de Zuidlelystadse fitten, waarbij men uitgenodigd wordt om vrijblijvend de gelederen te komen versterken. We doen over de zeseneenkwart kilometer wel een half uur en het is één en al saamhorigheid. Immers het gaat niet om competitie maar om gestimuleerd door de gezelligheid net iets verder te komen dan in je eentje.
Vandaar dat ik tegen een vriendin heb gezegd dat het joggen met de heren een goede oefening vormt in wakkerheid. Immers hun sukkelgangetje bijhouden is weliswaar slaapverwekkend, maar door me scherp te spiegelen aan hun ritme, ademhaling en cadans, train in mijn geest in de rustvolle alertheid welke volgens de oosterse filosofie gelijk staat aan meditatie.
"Kijk," zei ik tegen Sjaak die naast mij galoppeerde, "die twee uitslovers daar denken dat..." "Dat het een wedstrijd is," vulde hij aan.
Een stevig gebouwde, met gebalde vuisten rennende deelnemer en de wiskundeleraar, beenden aanmerkelijk vooruit. "Die krijgen straks hun trekken thuis," waarschuwde ik, "die kunnen we straks reannimeren."
"Iedereen heeft zijn eigen loopje," meende de gezondheidswinkelier. "Ja Willem loopt echt op wilskracht," zei ik, "dat zie je: hij huppelt net zo onstuitbaar als de zuiger in een stoommachine."
Twee futen scheerden over de vaart, met de poten golfjes omploegend als watervliegtuigen die niet loskwamen. Een veeg ondergangsoranje lag als een striemende zweepslag westwaarts en terwijl onze voeten een ritmisch plonsgeluid veroorzaakten in de dunne plassen veranderde het uitzicht zienderogen in een onderbelichte dia.
Wolken woeien weg en ontblootte een heelal dat juist zijn 13,7 miljardste verjaardag vierde met een kil en glashelder getwinkel.
Het peloton draafde thans over een stuk rijbaan waarop een tegemoetkomende bus de indruk wekte lichtsignalen naar ons uit te zenden. Dat kwam doordat hij zich als een schip op golven deinend voortbewoog over een verzakkend, glooiend wegdek waardoor zijn koplampbundels dansten.
Inmiddels was onze hardloopgroep uiteen gevallen en ik realiseerde me dat je ofwel hoorde bij de achterste ofwel bij de voorste helft. Zonder dat het een wedstrijd was moest ik me fysiek toch wel noodzakelijk ergens bevinden en dankzij de neerwaartse helling voor een tunneltje schoot ik derhalve vooruit.
Middenin ons traject ligt een klein woud, het Gelderse Hout. De eerste populieren staken aardedonker af tegen de wassende maan met de spookachtige kaalheid van een skelet, hoewel eveneens als voorname, kosmische antennes.
Was het doordat de hemellichamen zo eeuwig waren dat je je beweging er niet aan af kon meten?
Het leek wel of wij door nacht en nevel zwoegden zonder echt vooruit te komen. Ik voelde dat de waterdruppels op mijn sjaal prikkende ijskristallen waren geworden. "Jongens ik geloof dat het glad wordt!" riep ik, waarop de Natuurwetpartij naast mij reageerde: "Geloof je dat je het gehàd hebt!"
"Nee dat het glàd wordt!"
Inderdaad was het pad bedekt met een dusdanige ijslaag dat wij ondanks de straffe inspanning in een staat van praktische stilstand verkeerden. Wij gleden op elke stap volledig uit maar bleven door onze gestaaldheid en tanigheid overeind.
Sterker nog: looppas is voorsprong op uitglijden omdat je non-stop bezig bent je evenwicht te houden. Je bent zo stabiel als een gyroscoop, heel anders dan een wandelaar die tijdens het uitglijden alsnog plots met ledematen moet zwaaien om reactiekracht op te gaan bouwen.
Ik dacht aan de bestsellers over 'Gesprekken met God', geschreven door een handig essayist, die alle New Age filosofie en populaire natuurkunde heeft samengeschraapt. Volgens het boek: "Jíj beweegt, níet de tijd. Tijd kènt geen beweging; tijd staat stil."
Ik hijgde tot het peloton: "We are drifting in baselessness, drifting in baselessness!"
Er ging een golf van bewustwording door de renners die thans soepeler door de knieën bogen om af te zetten.
Weer vlakbij miljardairswijk De Landerijen rende ik zwaar hijgend in een diep gebogen houding, niet zozeer topzwaar door ijsvorming, maar omdat ik in deze positie nog de energie kon uitpersen om de Natuurwetpartij en de wiskundeleraar vlak voor mij bij te houden.
De laatste riep: "Zo dat was het, met een mooie tijd."
Nummer twee reageerde op deze suggestie door zijn pas opgebrand in te houden. Maar nummer één bleek met zijn sussende opmerking niets minder te beogen dan te winnen en sprintte vooruit. De tweede schoot hierop nog harder naar voren, net een vallende ster.
Ik rende zo uitgevloerd dat ik niet zag wie er won, maar dat doet er ook niet toe want het is per slot geen wedstrijd en wat de voordelen er dan van zijn zeg ik er nu gelijk bij.
Ik was ooit met een vriendin op het strandje in het Larser bos. Ze had wat papierafval en zei: "Op de terugweg komen we langs die prullenbak."
Ik greep het spul, schoot als een pijl tweehonderd meter naar de bak, vloog terug en hijgde niet. Ze wilde het zeker weten en heeft me getest door bewonderend, plagend, trots en speels duizend kussen op mijn mond te drukken en ik hijgde niet. Vraagt u nog waarom ik jog?
WIM HEINS
[ Print pagina ] [ Terug ]
|